Met uitzondering van Frankrijk is de werkzaamheid van ouderen tussen 55 en 64 in Vlaanderen zeer laag in vergelijking met de buurlanden. In 2009 was in Vlaanderen 43,4 procent van de mannelijke 55-plussers aan het werk en in Frankrijk 41,4 procent. In Denemarken, Verenigd Koninkrijk, Nederland en Duitsland schommelt dat percentage rond de 65. Dat blijkt uit berekeningen van het Leuvense Steunpunt Werk en Sociale Economie.
De ouderenwerkzaamheid daalde in Vlaanderen spectaculair nadat in de jaren ‘80 ondermeer door versoepeling van het brugpensioen de vervroegde uittrede gestimuleerd werd om zo meer jobs vrij te maken voor jongeren. Bij de mannen daalde de werkzaamheidsgraad van 51,1 procent in 1983 tot 32 procent in 1998. Nadien was er terug een toename tot 43,4 procent in 2009. Het niveau van 1983 werd dus niet meer gehaald. Door de gestegen vrouwelijke tewerkstelling is dat wel het geval voor de totale tewerkstellingsgraad bij de 55-plussers.
De onderzoekers wijzen erop dat er in de jaren ‘80 en ‘90 omwille van de economische heropleving niet echt een oorzakelijk verband kan vastgesteld worden tussen de versoepeling van de uittredestelsels en een dalende jeugdwerkloosheid. In Brussel en Wallonië is met een vergelijkbare daling van de ouderenwerkzaamheid de jeugdwerkloosheid nooit onder de 20 procent gezakt. In landen als Denemarken en VK waar men de uittrede niet versoepeld heeft is de jeugdwerkloosheid in jaren ‘80 overigens eveneens sterk gedaald. De verklaring hiervoor is volgens de WSE-onderzoekers dat een toename van het arbeidsaanbod leidt tot een toename van de vraag naar arbeid en derhalve een belangrijke hefboom is naar jobcreatie.
Bron: Belga

